|
|
Welkom op Huis en Tuin, rubriek Moestuinieren nieuwe hype
AMSTERDAM - Moestuinieren is decennia lang gezien als alternatief, ’geitenwollensokkencultuur’ of iets voor de echte liefhebber. U hoeft echter niet per se ’aan de volkstuin’ om met succes wat eigen groenten en kruiden te telen. Een leuk hoekje op een plek waar u anders toch geen raad mee weet of gewoon niet gebruikt, is al voldoende. Voordeel van kweek in eigen tuin (moestuinieren) is, dat u het gehele proces eenvoudig kunt volgen en begeleiden. Weten hoe? Lees hier de tips van tuinman Jurgen Smit. Februari is een mooie maand om te starten met moestuinieren. - Het stukje tuin maakt u eerst vrij van onkruiden en dergelijke. - U schaft organische meststoffen aan in de vorm van kippen-, koeien- en paardenmest (in een zak verkrijgbaar) en wat zeewierkalk. Deze strooit u in de juiste hoeveelheden (zie verpakking) over het stukje tuin en wat u overhoudt geeft u aan uw sierbeplanting. - Daarna gaat u de grond diep omspitten. - Na het spitten kan de kalk worden gestrooid en ingeharkt. De kalk stimuleert de opname en het vrijkomen van de voedingsstoffen en verbetert de structuur van de grond. De stoffen die u nu heeft verwerkt hebben een aantal weken nodig om zich om te zetten tot opneembare voedingsstoffen. U kunt nu nog niet planten of zaaien in het stukje tuin dat u hebt voorbereid. Onder glas of in een kweekbak kan wel. Kies dan voor vroege soorten zodat u al snel kunt oogsten waarna u datzelfde stukje grond kunt gebruiken voor een tweede ronde. - Het voorzaaien onder glas, zoals dat wordt genoemd, doet u in zaai- en stekgrond. Deze potgrond is fijn van structuur waardoor zaad makkelijker ontkiemt. - De kweekbakjes, er zijn vele varianten, vult u met grond en drukt deze lichtjes aan, dan twee tot drie zaadjes per bakje en besproeien met water. - Nu gaat het lichtdoorlatende deksel op de kweekbak en zet u deze een aantal dagen donker weg. Dit om het zaad makkelijker te laten ontkiemen. - Na het ontspruiten der zaadjes gaat de bak in het licht, maar niet in de volle zon. - Af en toe luchten tegen het schimmelen en met regelmaat water geven. Jonge plantjes zijn gevoelig voor verdroging. Na een aantal weken hebt u ’plantgoed’ en kunnen deze naar buiten in uw reeds bewerkte stukje tuin en kan het feest beginnen. Bemesting Organische meststoffen hebben de voorkeur. Compost, kippen-koeien-paardenmest en stalmest behoren allemaal tot de mogelijkheden. Bij een diversiteit aan organische bemestingen ontstaat ook een breed scala aan opneembare voedingsstoffen. De truc is om van alle benodigde stoffen voldoende te hebben, net als bij de mens. Gevarieerde voeding is beter dan eenzijdige. Samengestelde organische meststoffen, zoals net genoemd, zijn daarom de beste keuze. Wilt u toch een bepaald voedingselement verhogen omdat u een gewas wilt telen dat daar in grotere mate om vraagt dan kunt u bloedmeel, beendermeel en/of Vinassekali toevoegen afhankelijk van de behoefte. Bloedmeel bevat 13 % fosfaat (P) Beendermeel bevat 16% stikstof (N) Vinassekali bevat 40 % kalium (K) TIP: Dit kunt u ook tijdens het groeiseizoen toevoegen in de kunstmestvorm maar wees voorzichtig in verband met overbemesting. Teveel stikstof bijvoorbeeld laat een gewas zeer snel groeien maar geeft daardoor een zwakke plant met weinig smaak. Vruchtwisseling Vruchtwisseling houdt in dat u alle groenten in vier soorten weet te onderscheiden en deze jaar na jaar laat rouleren op uw stukje tuin wat u dus ook in vier stukken verdeelt. Kruisbloemigen zoals koolsoorten. Vlinderbloemigen zoals peulvruchten en erwten Nachtschadeachtigen zoals aardappelen en tomaten. Overige gewassen zoals knol, wortel en bladgewassen. Het rouleren verlaagt de ziektedruk en spaart dus bestrijdingsmiddelen uit. De groenten en kruiden die u nu alvast kunt voorzaaien onder glas zijn; Aubergine, Bleekselderij, Bloemkool, bieslook, komkommer, peultjes, pompoen, postelein, Savooienkool, Suikermais, tuinkers (lekker snel) en Witte kool. Vanaf maart kunt u dan ook andere, maar ook dezelfde, soorten in de volle grond gaan zaaien. Combinatieteelt houdt in dat u rekening houdt met planten die elkaar in de groei versterken of juist in de weg zitten. Grote gewassen zoals aardappel en koolsoorten kunt u beter niet te dicht in de buurt van kleine gewassen zoals radijs, bieslook en worteltjes zetten. Bladgewassen en bonen gaan prima samen. Wortelen en uien weren de wortelvlieg en radijs helpt tegen aardvlo. Witte vlieg houdt niet van tomaat en peterselie. Voor- en nateelt houdt in dat u twee maal teelt op hetzelfde stukje grond. Sla, radijs en tuinkers zijn zeer snelle gewassen die u zeer goed voor of na een andere oogst kunt verbouwen. Tot slot wil ik u nog even meegeven dat een beschutte warme plek de ideale plaats is voor uw moestuin, waarbij ik wel moet zeggen dat af en toe wat wind de ziektedruk verlaagt. Veel succes !
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Huis en Tuin
 
|